Advertentiecreaties testen: aandacht voor de advertentie of voor het merk?
In een historisch archief leverde selectie op aandacht voor de hele advertentie vaak andere voorbeelden op dan selectie op aandacht voor het merk. Onze analyse laat zien hoeveel de referentielijst verandert als je een andere maatstaf kiest.
Eigen analyse van de vrijgegeven AdGaze-3500-metingen. Historisch Nederlands onderzoek met weergave op desktopschermen; de precieze datums waarop de metingen zijn verzameld, zijn niet beschikbaar.
Samenvatting
Selectie op aandacht voor de hele advertentie en selectie op merkaandacht leverden in dit historische archief duidelijk verschillende referentielijsten op. Binnen 59 groepen met 2.601 advertentie-contextcombinaties selecteerden we voor beide maatstaven de hoogste 20%, inclusief gelijke scores. Gemiddeld stond 34,5% van de lijst op basis van totale advertentieaandacht ook op de merklijst. In dit gemiddelde telt elke groep even zwaar mee; het is geen percentage over alle advertenties samen. [1]
De bron bevat gemiddelde kijktijden voor statische tijdschriftadvertenties die op desktopschermen in Nederlandse onderzoeksfaciliteiten werden getoond. De prestaties in huidige socialmediafeeds zijn niet gemeten. De uitkomst geeft creatieve teams een concrete reden om de aandachtmaatstaf vast te leggen voordat ze referentieadvertenties verzamelen: die keuze kan flink veranderen welke voorbeelden in de briefing belanden. Hieronder vind je de vooraf vastgelegde vergelijkingen, een fictief rekenvoorbeeld en een briefing die je kunt overnemen.
Een creator en een marketingmanager komen naar een bespreking met een map advertenties die “aandacht trekken”. De een heeft opvallende composities bewaard. De ander zoekt voorbeelden waarin het merk goed zichtbaar blijft. Beiden hebben de opdracht uitgevoerd, maar ze hebben zich mogelijk op een ander gesprek voorbereid.
Die onduidelijkheid kan meegaan naar de volgende briefing. Met “maak iets dat hier meer op lijkt” geef je een beeld door zonder te zeggen welke kwaliteit navolging verdient. Een opvallende scène, een goed vindbaar merk en een begrijpelijk aanbod zijn verschillende redenen om een referentie te bewaren. Het enkele woord aandacht maakt die keuze niet duidelijk.
We onderzochten het selectieprobleem aan de hand van vrijgegeven metingen, niet onze eigen smaak. Binnen elke groep bekeken we welke voorbeelden zouden worden gekozen op basis van kijktijd voor de hele advertentie en welke op basis van kijktijd voor het merkgebied. Dat levert een bruikbaar gesprek op voordat de productie begint: spreek af wat de referentie moet laten zien.
De hele advertentie en het merkgebied zijn verschillende aandachtsgebieden

- Aandacht voor de hele advertentie
- Aandacht voor het merkgebied
Een andere maatstaf geeft een andere selectie
We groepeerden de voorbeelden op hun vrijgegeven productcategorielabel en pagina-indeling: links, rechts of paginavullend. Elk van de 59 geschikte groepen bevatte minstens 20 voorbeelden. Een selectie van het hoogste vijfde heeft daardoor minstens vier plaatsen, nog vóór gelijke scores worden meegenomen. Dat maakt het archief niet representatief voor alle adverteerders. [2]
Per groep maakten we twee lijsten. De eerste gebruikte de gemiddelde kijktijd voor de hele advertentie. De tweede gebruikte de gemiddelde kijktijd binnen het merkgebied, zoals de naam of het beeldmerk. Bij een gelijke score op de grens namen we alle betreffende voorbeelden op. Een lijst kon daardoor meer dan 20% van de groep bevatten.
Vanuit de lijst op basis van totale advertentieaandacht was de gemiddelde overlap 34,5%. Andersom dekte die lijst gemiddeld 33,9% van de merklijst. De percentages verschillen doordat gelijke scores de twee lijsten een andere omvang kunnen geven. Bij beide cijfers telt elke groep even zwaar mee.
Gemiddeld over de groepen overlappen de lijsten voor ongeveer een derde
Selectie van de hoogste 20% binnen 59 categorie-indelingsgroepen, inclusief alle gelijke scores op de grens. De groepen bevatten 2.601 voorbeelden.
| Vergelijking | Gemiddelde overlap over de groepen (%) | Groepen | Advertentie-contextvoorbeelden |
|---|---|---|---|
| Selecties op totale advertentieaandacht die ook op merkaandacht zijn geselecteerd | 34,5% | 59 | 2.601 |
| Merkselecties die ook op totale advertentieaandacht zijn geselecteerd | 33,9% | 59 | 2.601 |
Door elke groep even zwaar te laten meetellen, voorkomen we dat de grootste categorieën in het archief de uitkomst overheersen. Dit is een bewuste manier om de groepen samen te vatten, geen schatting voor de gemiddelde advertentie die een klant ziet. In de methode staat ook de uitkomst wanneer we alle selecties samenvoegen, zodat je het verschil in weging kunt zien.
De uitkomst was niet voor alle groepen gelijk. Het aandeel voorbeelden uit de totale-advertentielijst dat ook op de merklijst stond, liep van nul tot 66,7%, met een mediaan van 33,3%. De volledige verdeling staat in de download; het gemiddelde beschrijft niet elke categorie.
De kijktijd naar het merk is onderdeel van de kijktijd naar de hele advertentie, geen losstaande activiteit. Toch vertelt een hoog totaal niet waar mensen binnen de advertentie keken. We vergelijken de absolute seconden per gebied. We delen merkseconden niet door totale advertentieseconden en beweren niet dat die andere maatstaf dezelfde koplopers zou opleveren.
Bij het bespreken van referenties zijn dit twee verschillende selectievragen. “Welke voorbeelden hielden ergens in de advertentie de aandacht vast?” en “Welke voorbeelden hielden de aandacht op het merk vast?” kunnen ander materiaal opleveren. Geen van beide lijsten is daarmee een algemene lijst van de beste advertenties.
Hoe groot was het verschil in gemeten merkaandacht?
We vergeleken ook de gemeten kijktijd naar het merk in de twee selecties, bij een gelijk aantal gekozen voorbeelden. Bij gelijke scores op de grens verdeelden we de resterende plaatsen gelijk over die voorbeelden. Zo kiezen we niet met de hand een gunstige winnaar uit een gelijke stand. [3]
Gemiddeld over de 59 even zwaar gewogen groepen hadden de selecties op totale advertentieaandacht 0,536 seconden gemeten merkaandacht, tegenover 0,822 seconden voor de merkselecties. Het verschil was 0,286 seconden; de mediaan van de groepsverschillen was 0,266 seconden. De verschillen per groep liepen van 0,068 tot 0,898 seconden.
De richting van dat verschil volgt al uit de berekening. Als je de hoogste merkwaarden uit dezelfde gegevens selecteert, moet het merkgemiddelde minstens zo hoog zijn als bij een andere selectie van dezelfde omvang. De empirische informatie zit in de grootte en spreiding van het verschil, samen met de veranderde samenstelling. Het is geen bewijs dat een nieuwe selectiestrategie een campagne zou verbeteren.
Om te weten of een selectiemethode helpt bij het werkelijke doel en publiek van het team, is een aparte evaluatie nodig. Voor nu is de nuttige vraag of een referentie is gekozen om de kwaliteit te tonen waar de briefing om vraagt. Een visueel opvallend voorbeeld kan nog steeds waardevol zijn, zolang duidelijk is waarom het is gekozen.
Zet de eenheden in de briefing. Het gaat hier om seconden kijktijd tijdens een specifieke kijktaak. Niet om onthouden merknamen, koopintenties, klikken of verkopen. Voor die uitkomsten heeft een team bewijs nodig dat ze daadwerkelijk meet.
Het verschil blijft bestaan bij een ruimere selectie
Voordat we de selectieresultaten bekeken, legden we twee alternatieve grenzen vast. Bij selectie van de hoogste 10% was de gemiddelde overlap vanuit totale advertentieaandacht naar merkaandacht 25,4%. Bij uitbreiding naar de hoogste 30% steeg die naar 42,2%. De bijbehorende verschillen in gemeten merkkijktijd waren 0,371 en 0,219 seconden. De ruimere selectie leverde gemiddeld meer gedeelde voorbeelden op, maar maakte de twee lijsten niet uitwisselbaar.
Daarnaast groepeerden we voorbeelden op hetzelfde vrijgegeven merklabel en dezelfde indeling. We behielden groepen met minstens 10 voorbeelden. In deze 48 groepen, met samen 685 voorbeelden, was de gemiddelde overlap bij de hoogste 20% 40,5% en het gemiddelde verschil in merkkijktijd 0,150 seconden. Sommige groepen hadden identieke selecties. [4]
Wat verandert bij de vooraf vastgelegde selectieregels
De categorievergelijkingen gebruiken dezelfde 59 groepen. De secundaire groepering gebruikt 48 groepen met hetzelfde vrijgegeven merklabel en dezelfde indeling.
| Vergelijking | Totale-advertentieselecties ook op merk geselecteerd: gemiddelde (%) | Merkselecties ook op totale advertentie geselecteerd: gemiddelde (%) | Gemiddeld gemeten merkkijktijdverschil (seconden) | Groepen | Advertentie-contextvoorbeelden |
|---|---|---|---|---|---|
| Categorie en indeling: hoogste 10% | 25,4% | 24,8% | 0,371 | 59 | 2.601 |
| Categorie en indeling: hoogste 20% | 34,5% | 33,9% | 0,286 | 59 | 2.601 |
| Categorie en indeling: hoogste 30% | 42,2% | 41,8% | 0,219 | 59 | 2.601 |
| Zelfde vrijgegeven merklabel en indeling: hoogste 20% | 40,5% | 39,0% | 0,150 | 48 | 685 |
Die tweede groepering is smaller, maar vergelijkt niet binnen geverifieerde campagnes of bedrijven. We gebruikten de bronlabels zoals ze zijn vrijgegeven, ook wanneer een label mogelijk een advertentiepagina beschrijft in plaats van een merkeigenaar. Het doel is te laten zien wat een andere vooraf vastgelegde groepering doet, zonder ongemerkt labels op te schonen om het verhaal sterker te maken.
Ook per indeling verschilden de categoriegroepen: de overlap vanuit totale advertentieaandacht naar merkaandacht was gemiddeld 39,7% bij advertenties links, 30,1% rechts en 32,9% paginavullend. Dit beschrijft verschillende voorbeelden uit het archief, niet het effect van het verplaatsen van een advertentie. Het rechtvaardigt geen plaatsingsadvies.
De meeste selectieverschillen blijven bij kleine scorewijzigingen bestaan
De vrijgegeven kijktijden staan in honderdsten van een seconde. Daarom onderzochten we een bewust kleine numerieke verandering: elke score voor totale advertentie- en merkaandacht mocht onafhankelijk maximaal 0,01 seconden verschuiven, nooit onder nul. Vervolgens berekenden we de selectiegrenzen opnieuw. [5]
Van de 348 voorbeelden die oorspronkelijk alleen op totale advertentieaandacht waren geselecteerd, bleven er 318 onder alle toegestane wijzigingen gegarandeerd uitsluitend op die lijst staan. Van de 359 voorbeelden die alleen voor merkaandacht waren geselecteerd, bleven er 306 gegarandeerd uitsluitend op de merklijst staan. Dit zijn opgetelde aantallen over de 59 groepen, anders dan de bovenstaande percentages waarin elke groep even zwaar meetelt.
Veel voorbeelden blijven na kleine scorewijzigingen op slechts één lijst
Primaire lijsten met de hoogste 20% over de 59 categorie-indelingsgroepen. Elke score mag onafhankelijk maximaal 0,01 seconden verschuiven; de grenzen worden opnieuw berekend.
| Vergelijking | Stabiele selecties op slechts één lijst | Oorspronkelijke selecties op slechts één lijst |
|---|---|---|
| Alleen geselecteerd op totale advertentieaandacht | 318 | 348 |
| Alleen geselecteerd op merkaandacht | 306 | 359 |
Deze controle onderzoekt hoe dicht scores bij de vastgelegde selectiegrenzen liggen. Ze bootst geen nieuwe kijkers na en schat geen steekproeffout. De vrijgegeven data bevatten niet de individuele kijkgegevens die nodig zijn om rangordes statistisch vast te stellen. Een numeriek stabiel verschil in deze bestanden blijft een historische beschrijving, geen belofte dat een ander publiek de advertenties hetzelfde zou rangschikken.
Een fictieve bespreking van vijf referentieadvertenties
Stel dat een klein woonmerk een creator vraagt zijn nieuwe lamp te introduceren. Het team heeft ruimte voor twee hoofdreferenties. De getallen in dit voorbeeld zijn verzonnen om de afweging uit te leggen. Het zijn geen vijf advertenties uit het archief en geen voorspelling voor de lampencampagne.
Stel dat de vijf referentiekaarten de volgende kijktijden voor de hele advertentie en het merk hebben: A, 4,0 en 0,2 seconden; B, 3,5 en 0,8; C, 3,0 en 1,0; D, 2,0 en 0,4; E, 1,0 en 0,1. De twee hoogste totale advertentiewaarden leveren A en B op. De twee hoogste merkwaarden leveren C en B op.
Alleen B staat op beide lijsten. De overlap is dus in beide richtingen 50%. Het eerste paar heeft een gemiddelde merkkijktijd van 0,5 seconden; het tweede van 0,9 seconden. Het verschil van 0,4 seconden volgt uit de verzonnen invoer. Het is geen geschatte opbrengst van een wijziging in een echte campagne.
Ook de limiet van twee plaatsen telt mee. Een manager kan de twee paren samenvoegen tot A, B en C, maar vergroot dan de bespreking in plaats van de oorspronkelijke keuze voor twee referenties op te lossen. Door de limiet zichtbaar te houden, wordt de afweging expliciet. Het team kan het doel kiezen of bewust ruimte maken voor meer voorbeelden, in plaats van twee verschillende lijsten te behandelen alsof ze dezelfde vraag beantwoorden.
Het nuttige gesprek gaat over de opdracht. Als de referenties moeten laten zien hoe het merk in een compositie verschijnt, kan het team B en C voor dat specifieke doel bekijken. Als A om een andere reden blijft, moet de briefing die reden noemen in plaats van A tot algemene winnaar uit te roepen.
Een creator kan in A nog steeds een techniek vinden die het aanpassen waard is. Dit onderzoek schrijft geen groter logo of specifieke beeldstijl voor. Het ondersteunt het zichtbaar houden van het selectiedoel, zodat een interessante compositie niet wordt verward met bewijs over merkaandacht. Schrijf bij een ongemeten referentie: “gekozen vanwege de compositie; merkaandacht onbekend.”
Een briefing om in je volgende project te gebruiken
Neem de selectiereden mee in de briefing

Benoem het doel
Zeg welke beslissing de referentie het team moet helpen nemen.
Selecteer vergelijkbare voorbeelden
Houd maatstaf, kandidatenverzameling en regel voor gelijke scores zichtbaar.
Leg uit wat je wilt overnemen
Voeg een specifieke reden en de volgende beoordelingsstap toe.
Begin met de beslissing: “We selecteren referentieadvertenties om te bepalen ______.” Maak die zin af voordat je de definitieve map samenstelt. Een referentie voor compositie, een voorbeeld voor productpresentatie en een voorbeeld met gemeten merkaandacht hoeven niet hetzelfde beeld te zijn.
Benoem het bewijs: “Deze referentie is gekozen omdat ______. De onderliggende meting of waarneming is ______.” Noteer of de reden voortkomt uit gemeten kijkgedrag, een campagneresultaat of het visuele oordeel van het team. Houd die omschrijvingen gescheiden. Een populaire opgeslagen post krijgt geen eyetrackingbewijs doordat hij in de map staat.
Leg de vergelijking vast: “De verzameling kandidaten is ______; we behouden ______ voorbeelden; gelijke scores behandelen we als volgt: ______.” Spreek een vergelijkbaar formaat en een vergelijkbare context af voordat je gaat rangschikken. De 20%-regel in het archief is onze onderzoekskeuze, geen aanbevolen campagnebudget of universele selectiegrootte.
Leg elk behouden voorbeeld uit: “Neem ______ over; veronderstel niet dat ______.” Hier krijgt de creator bruikbare richting. Bij de fictieve lampbriefing kan een notitie vragen te bekijken hoe product en merk in de compositie passen, zonder iets te claimen over de werkelijke aandacht of verkoopresultaten van de campagne.
Laat onbekenden zichtbaar: “We hebben geen bewijs voor ______.” Bij een voorbeeld uit een openbare advertentiebibliotheek of creatorportfolio kan het ontwerp zichtbaar zijn, maar de aandacht van het publiek niet. Leg de beschikbare bron en de selectiereden vast. Zo blijft een inspirerende referentie bruikbaar zonder er een meting bij te verzinnen.
Wijs de volgende controle toe: “______ beoordeelt ______ vóór ______.” Gaat het team een publiekstest doen, leg dan apart de uitkomstmaat en testomstandigheden vast. Gaat het alleen het ontwerp bekijken, noem het dan een ontwerpbeoordeling. Houd het bewijs achter de referentiekeuze bij de briefing, zodat een latere overdracht een beperkte waarneming niet verandert in een ongefundeerde prestatieclaim.
Methode, bron en reproduceerbare bestanden
De bron is de vastgelegde versie van AdGaze-3500. Deze bevat 3.531 advertentie-contextcombinaties met eindige, niet-negatieve gemiddelden voor de kijktijd naar de hele advertentie en naar het merk. De primaire analyse omvat 2.601 voorbeelden in 59 categorie-indelingsgroepen met minstens 20 voorbeelden per groep. De overige 930 voorbeelden zijn niet als ontbrekende scores behandeld; ze vielen buiten de vooraf bepaalde minimale groepsgrootte. [1] [2]
De kijktaak gebruikte statische tijdschriftadvertenties met omliggende redactionele inhoud op desktopschermen in Nederlandse onderzoeksfaciliteiten. Deelnemers bladerden in hun eigen tempo. De exacte datums waarop de metingen zijn verzameld, ontbreken; een deel van het onderliggende materiaal kwam al voor in onderzoek uit 2004. De datasetuitgave uit 2026 is daarom geen onderzoek naar het publiek of Meta-advertenties van 2026. [6]
Binnen elke groep met n voorbeelden is de grensrang de gekozen fractie maal n, naar boven afgerond. Bij het vergelijken van de lijsten tellen alle gelijke scores op die rang mee. We berekenen beide overlapaandelen per groep en nemen daarna het gemiddelde met gelijke groepsgewichten. Als we de primaire lijsten samenvoegen, krijgen we 207 gedeelde selecties op 555 totale-advertentieselecties, oftewel 37,3%, en 207 op 566 merkselecties, oftewel 36,6%. Dat is een andere wegingsvraag dan de hoofdbevinding.
Bij de vergelijking van merkkijktijd met een vaste selectiegrootte krijgen voorbeelden boven de grens volledig gewicht. De resterende plaatsen worden gelijk verdeeld over de voorbeelden op de grens. We berekenen ook het kleinste en grootste verschil dat mogelijk is bij een keuze uit die gelijke scores. Gemiddeld over de primaire groepen loopt dat bereik van 0,285 tot 0,288 seconden. Het beschrijft keuzen bij gelijke scores, geen betrouwbaarheidsinterval. [3]
Eerder onderzoek maakt al onderscheid tussen aandacht voor een advertentie en aandacht voor het merk. Ook het artikel over AdGazer beschrijft hun relatie en onderzoekt aandachtsvoorspelling en contexttoewijzing. Onze bijdrage is de vastgelegde vergelijking van referentielijsten op basis van de vrijgegeven waarnemingen, inclusief overlap in beide richtingen, gemeten verschillen bij gelijke selectiegrootte en numerieke controles van de grens. We claimen niet het algemene onderscheid te hebben ontdekt. [7]
De bron bevat geaggregeerde kijkgemiddelden, geen individuele kijkgegevens of onzekerheid per voorbeeld. Daarom rapporteren we beschrijvende resultaten zonder betrouwbaarheidsintervallen of significantietoetsen. De downloads bevatten alle vooraf vastgelegde groepsresultaten, bronhashes, groepsregels en rekeninstructies, ook voor de vaste vergelijkingen die geen hoofdbevinding werden. [8]
- Download figuurwaarden, eenheden en groepsafbakening (CSV)
- Download alle resultaten, analysecode en broninstructies (ZIP; Engelse instructies)
De CSV bevat 30 numerieke waarden uit de acht figuurrijen, met per waarde een aparte maatstaf, eenheid en groepsafbakening. De ZIP bevat alle 225 groepsvergelijkingen, 59 rijen met numerieke stressresultaten, exacte bronhashes en reproduceerbare berekeningen. Er staan geen kijkergegevens of advertentiebeelden in. Numerieke velden gebruiken een decimale punt.
Bronnen en noten
- AdGaze-3500 van Ye en coauteurs, vastgelegd op releasecommit 2b502d7cca8e8c0a747526b8727f53bf812e8735. De berekeningen van Influence IQ gebruiken de vrijgegeven arrays voor advertentiekijktijd, merkkijktijd, categorie, merklabel en indeling. Het pakket bevat de exacte bestandshashes en alle uitkomsten.
- De primaire groepering combineert het vrijgegeven categorielabel met een indeling links, rechts of paginavullend, met minstens 20 voorbeelden. De vergelijkingen van 10%, 20% en 30% gebruiken dezelfde 59 groepen. Elke waarneming is een gemiddelde voor een advertentie-contextcombinatie, niet een persoon, campagne of onafhankelijke adverteerder.
- De vergelijking met vaste omvang gebruikt k = naar boven afronden(fractie × groepsgrootte). Voorbeelden boven de grens krijgen gewicht 1; elk voorbeeld op de grens krijgt het aantal resterende plaatsen gedeeld door het aantal gelijke scores. We berekenen het bereik van mogelijke verschillen door de hoogste of laagste merkwaarden te kiezen uit de voorbeelden met gelijke totale-advertentiescores op de grens. Het merkgemiddelde van de merkselectie verandert niet bij een keuze uit gelijke merkwaarden. De richting van het verschil volgt uit selectie op dezelfde gegevens, niet uit bewezen verbetering.
- De secundaire vergelijking combineert dezelfde vrijgegeven merknaamstring met de indeling, met minstens 10 voorbeelden. Dit levert 48 groepen en 685 voorbeelden op. Labels zijn niet herleid tot juridische bedrijven of campagnes. Sommige beschrijven een onderdeel van een advertentiepagina. Geen label is vanwege zijn resultaat verwijderd.
- De numerieke stressintervallen lopen van 0,01 seconden onder tot 0,01 seconden boven elke vrijgegeven score, met nul als ondergrens. Selectiegrenzen worden opnieuw berekend en niet op hun oorspronkelijke waarde vastgezet. Een stabiel uitsluitend op totale advertentieaandacht geselecteerd voorbeeld moet bij alle toegestane veranderingen gegarandeerd in die lijst en onmogelijk in de merklijst staan; omgekeerd geldt hetzelfde voor uitsluitend op merk geselecteerde voorbeelden. Dit zijn garanties voor lijstlidmaatschap, geen exacte gezamenlijke overlapgrenzen of steekproefintervallen.
- Ye en coauteurs, AdGaze-3500: Evaluating Large Multimodal Models’ Ability to Predict Human Attention to Ads, CVPR Workshops 2026, paragraaf 3.1.2, beschrijft de Nederlandse desktoptaak en vermeldt dat een deel van de data eerder is geanalyseerd. Referentie 57 verwijst naar Pieters en Wedel (2004). De exacte meetdatums en individuele kijkgegevens zijn niet vrijgegeven.
- Ye en coauteurs, AdGazer: Improving Contextual Advertising with Theory-Informed Machine Learning, onderzoekt de relatie tussen advertentie- en merkaandacht en de toewijzing van context. Deze analyse onderzoekt de samenstelling van waargenomen selecties en gemeten gemiddelden, in plaats van nieuwe kijkuitkomsten te voorspellen.
- Datasetvermelding: AdGaze-3500 van Ye en coauteurs, Apache License 2.0 volgens de vastgelegde Hugging Face-dataset. Ons pakket bevat eigen analysecode en geaggregeerde uitkomsten, met bron- en licentie-instructies. Het verspreidt geen advertentiebeelden en gebruikt niets uit de afzonderlijk gelicentieerde AdGazer-replicatierepository.
Dit artikel is vertaald uit de Engelse bronversie. De analyse gaat over het historische Nederlandse bronmateriaal; vertaling verandert de onderzoekspopulatie niet.